Kwamen getemde kamelen al voor in de tijd van Abraham?

​

Het gebruik van kamelen als lastdieren was volgens de Bijbel al in de tijd van Abraham gebruikelijk. De farao van Egypte gaf Abraham onder andere kamelen bij diens vertrek uit Egypte (Genesis 12:16). In Genesis 24:10, 32 en 63 kunnen we lezen dat Abraham zijn knecht Eliëzer kamelen als lastdieren meegaf toen hij naar het noorden van Mesopotamië vertrok om een vrouw te zoeken voor Isaäk.

​

Meermalen hebben bijbelkritische geleerden beweerd dat getemde kamelen zo vroeg nog niet voorkwamen en dat het noemen ervan in het boek Genesis anachronismen, niet in de tijd passende zaken zijn, later toegevoegd aan de verhalen of het bewijs leveren dat de verhalen niet betrouwbaar zijn. Het houden van getemde kamelen met als doel ze als lastdier te gebruiken zou pas na ca. 1100 v. C. gebruikelijk zijn geworden. Sommige geleerden kwamen tot deze conclusie omdat ze geen teksten ouder dat van ca. 1100 v. C. waren tegengekomen waarin over getemde kamelen werd geschreven. Voor het eerst in Assyrische teksten daterend uit de 11e eeuw v. C. worden kamelen als lastdieren genoemd. Onder andere W.F. Albright, eens een beroemd beoefenaar van de bijbelse archeologie, deelde de visie dat de vermeldingen van kamelen in Genesis anachronismen zijn. Volgens hem werden kamelen op internationale handelsroutes niet veel ver voor de 12e eeuw v. C. gebruikt.1

​

J. Romer, schrijver van het boek `Geschiedenis en Archeologie van de Bijbel', in 1989 in Nederlandse vertaling uitgegeven door TELEAC, beweerde zelfs dat tot een paar eeuwen voor Christus voor karavanen slechts weinig gebruik gemaakt werd van kamelen als lastdieren. Ook beweerde hij dat de passages in Genesis waarin gesproken wordt over het gebruik van kamelen pas veel later toegevoegd zijn aan de verhalen.2 Opmerkelijk is dat het bijbelkritische boek van Romer wordt aanbevolen in de NBG-uitgave `Het verhaal van de Bijbel'.

​

Archeogische vondsten inzake getemde kamelen

​

Archeologisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de genoemde kritiek op de betrouwbaarheid van de desbetreffende gedeelten van het boek Genesis onhoudbaar is. Eerst enkele opmerkingen over de herkomst van de kameel en over de twee soorten kamelen. De eerste soort is de Bactrische kameel (camelus Bactrianus) die twee bulten heeft en van oorsprong thuishoort in de hooggelegen woestijngebieden van Centraal Azië. Het kan daar koud zijn en er komt sneeuw voor. Deze soort heeft zich aan het klimaat in dat gebied aangepast en heeft lange haren en kortere poten dan de dromedaris. De tweede soort (camelus dromedaris) komt van oorsprong voor in de Arabische woestijnen, heeft één bult, en wordt ook aangeduid als drommedaris. Deze kamelen zijn gewend aan de langdurig hete woestijnen in Arabië en Noord-Afrika. Beide soorten zijn nauw verwant.3

​

De geleerden verschillen van mening over het tijdstip waarop getemde kamelen voorkwamen. R. Bulliet is van oordeel dat het temmen van kamelen al plaats vond voor 2.500 v. C..4 Volgens F.E. Zeuner begon het temmen van kamelen in de periode tussen 2900 en 1900 v. C..5 Volgens beide geleerden is er dus al sprake van getemde kamelen voor de tijd van Abraham, die we dateren van ca. 1900-1725 v. C..

​

Het oudste archeologisch bewijs voor het temmen van kamelen is een vondst in Umm an-Nar, een plaats op een eiland in de Perzische Golf voor de kust van Oman. Daar zijn 200 beenderen en tanden van kamelen opgegraven te midden van voorwerpen die uit ca. 2700 v. C. dateren.6 Ondanks deze vroege bewijzen van het voorkomen van getemde kamelen zijn de meeste geleerden van oordeel dat het gebruik van de dromedaris in karavanen op internationale handelsroutes niet veel eerder plaatsvond dan in de 12e eeuw v. C..

​

Het vroegste bewijs van het temmen van de Bactrische kameel is een vondst in Shahr-i-Sokhta in het oosten van Iran. Daar is een aardewerken kruik gevonden gevuld met kamelenmest en fragmenten van weefsel van kamelenhaar. De kruik dateert van ca. 2500 v. C..7

​

In 1977 schonk Edith Porada aandacht aan een cylinderzegel dat in Syrië gevonden werd en waarop twee kleine figuren zijn afgebeeld, rijdend op een dier met twee bulten, duidelijk een kameel. Het zegel dateert van de achttiende eeuw v. C.. De twee figuurtjes zijn waarschijnlijk afbeeldingen van een mannelijke en een vrouwelijke godin.8 Het is een aanwijzing dat er toen al getemde kamelen waren waarop men reed. Een onweerlegbaar bewijs is het echter niet. Het is ook mogelijk dat men toen de kameel als in het wild levend dier kende en dat men met de afbeelding te kennen gaf dat goden op zulke dieren kunnen rijden.

​

Collan en Porada trokken de conclusie dat het gebruik van de Bactrische kameel als lastdier op internationale handelsroutes eerder voorkwam dan gewoonlijk aangenomen wordt.9

​

Kamelen in Egypte

​

M. Ripinsky beschreef in 1985 een aantal vondsten in Egypte waaruit blijkt dat het gebruik van kamelen als lastdier daar al vroeg voorkwam. In 1905 werd in een graftombe daterend uit de tijd van de eerste dynastie (ca. 3000 v. C.) een vaas van kalksteen gevonden in de vorm van een liggende drommedaris. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat toen al getemde kamelen voorkwamen. Volgens Zeuner is het een voorstelling van een drommedaris met een last. H.S. Smith van de Universiteit van Londen was het er niet alleen mee eens dat de tombe dateert uit de tijd van de eerste dynastie, maar wees er ook op dat afbeeldingen van kamelen al voorkwamen in de pre-dynastieke periode in Egypte (voor 3.000 v. C.).10

​

In 1930 werd in Maadi bij Caïro een aardewerken kop van een kameel gevonden daterend uit de tijd voor de eerste dynastie. Dit levert geen bewijs dat er toen al sprake was van getemde kamelen. In de wadi Natash el-Raiyan in de oostelijke woestijn ontdekte men in dezelfde tijd een rotsgravure van een drommedaris, samen met afbeeldingen van andere dieren, ook daterend uit dezelfde periode.

​

In een gipsmijn vond men onder een laag van een halve meter gipspoeder een koord van kameelhaar. Het aardewerk uit dezelfde laag werd gedateerd in de tijd van de derde of het begin van de vierde dynastie (ca. 2640-2500 v. C.). Vermoedelijk werd het kameelharen koord gebruikt door een mijnwerker om zijn kleding bijeen te houden. Ook deze vondst bewijst alleen dat toen de kameel al bekend was in Egypte. Er kan een kameel gevangen zijn waarvan men het haar heeft gebruikt.

​

Vroege bewijzen van getemde kamelen

​

In een graftombe in Rifeh werd al in het begin van deze eeuw een standbeeldje gevonden van een kameel die twee waterkruiken draagt. De graftombe was in gebruik tijdens de 19e dynastie, in de 13e eeuw v. C., en is later niet weer gebruikt. De waterkruiken zijn ook van het type dat in 13e eeuw gebruikelijk was. In Benha vond men een glazuren afbeelding van een kameel die waterkruiken draagt. Beide vondsten zijn bewijzen dat al in 1300 v. C. kamelen in Egypte als lastdieren gebruikt werden.

​

Een duidelijk bewijs van het feit dat het temmen van kamelen al vroeg voorkwam was de vondst in 1912, in de omgeving van Aswan, van een rotstekening waarop een man was afgebeeld die een dromedaris met zich meetrekt aan een touw, terwijl er zeven letters in hiëroglyphenschrift bij staan. Op grond van het schrift dateerde G. Möller de inscriptie in de tijd van de zesde dynastie (2320-2150 v. C.). G. Schweinfurth kwam op grond van de stijl van de tekening op dezelfde tijd voor de afbeelding.11 Deze vondst, die weinig bekend geworden is, leverde een duidelijk bewijs voor het feit dat in Egypte al ca. 2200 v. C. getemde kamelen voorkwamen, ver voor de tijd van Abraham. De bewering dat het voorkomen van kamelen in verschillende verhalen in het boek Genesis anachronismen zijn, is dan ook te wijten aan onvoldoende kennis van zaken bij bepaalde wetenschappers.

​

drs. J.G. van der Land

​

​

​

​

NOTEN

​

1.   P. Wapnish, Camel Caravans and Camel Pastoralists at Tell Jemmeh, JANES 13, 1981, p. 104-105.

2.   J. Romer, Geschiedenis en archeologie van de Bijbel, Utrecht 1989, p. 18.

3.   Wapnish, a.w., p. 104.

4.   R. Bulliet, The Camel and the Wheel, Cambridge Mass. 1975, p. 56.

5.   F.E. Zeuner, A History of Domesticated Animals, Londen 1963, p. 344.

6.   P. Wapnish, a.w., p. 105.

7.   Idem, p. 106.

8.   R.D. Barnett, Lachish, Ashkelon and the Camel, in: J.N. Tubb, Palestine in the Bronze and Iron Ages. 

       Papers in Honor to Olga Tuffnell, Londen 1985, p. 16.

9.   D. Collon and E. Porada, 23rd Rencontre Assyriologique Internationale, Archaeology 30, 1970, p. 343-345.

10.   M. Ripinsky, `The Camel in Dynastic Egypt', JEA 71, 1985, p. 136.

11.   Idem, p. 138.

Laatste update: 16  april 2019