Vestigden de Filistijnen zich in Kanaän rond 1200 v. Chr.?

​

De vestiging van de Filistijnen in Kanaän wordt door D. Rohl in zijn boek 'A Test of Time' niet besproken. Wel ging dr. J.J. Bimson in 1991 in een uitvoerig artikel op deze kwestie in.1

​

Zowel de redactie van BGA als ook de meeste traditionele archeologen, egyptologen en theologen, gaan ervan uit dat de Filistijnen de zuidwestelijke kuststrook van Palestina ca. 1200 v. C. veroverden en sindsdien bewoonden.2 Samen met andere Zeevolken vielen ze Egypte aan in de tijd van farao Ramses III. De Egyptenaren noemden de Filistijnen 'Peleset'. Uit het verschijnen van een nieuw aardewerktype blijkt dat in de tijd van Ramses III een nieuwe bevolkingsgroep zich vestigde in het zuid-westen van Kanaän. Dit type aardewerk noemen we Myceens IIIC:1b of Laat-Helladisch IIIC:1b. Het 'Filistijns aardewerk' ontstond iets later en was een combinatie van Myceens IIIC:1b en inheemse Kanaänitische aardewerktradities. Ook vinden we na de tijd van Ramses III veranderde eetgewoonten (er werd meer varkensvlees gegeten) en een veranderde architectuur (haarden en aanleg van steden).3

​

Mogelijk was deze nieuwe groep afkomstig uit het in de buurt gelegen Cyprus, terwijl een verband met de Egeïsche wereld zeer waarschijnlijk is. De feiten zijn dus de volgende:

​

1. De Filistijnen vielen samen met nog andere volken Egypte in de tijd van Ramses III aan.

​

2. Een nieuwe groep mensen veroverde de Filistijnse kuststrook en ging er in de tijd van Ramses III wonen.

​

GEEN BEWIJS

​

Deze feiten leveren niet het bewijs dat de Filistijnen zich pas in de tijd van Ramses III in de Filistijnse kuststrook vestigden. Weliswaar gaan veel wetenschappers er vanuit dat beide feiten met het arriveren van de Filistijnen te maken hebben, maar dit is zeker niet de enig mogelijke uitleg ervan. Volgens de aanhangers van de nieuwe chronologie woonden de Filistijnen al sinds meerdere eeuwen vóór Ramses III in Filistea. De nieuwe veroveraars waren dus geen 'Filistijnen', maar een andere groep, waarvan we de naam niet kennen. Gemakshalve spreken we hier van Cypro-Grieken. Na een of twee eeuwen waarin de nieuwe groep zich met de inheemse Filistijnen door huwelijk had vermengd, verdween het karakteristieke Myceens IIIC:1b aardewerk en het daarvan afgeleide Filistijnse bichrome aardewerk. Waarschijnlijk verdween ook hun oorspronkelijke taal.

​

Op dezelfde manier veroverden en bestuurden de Normandiërs Engeland vanaf 1066. Toch wordt dit land ook nu nog altijd Engeland genoemd. De Normandiërs vermengden zich geleidelijk aan met de Engelse bevolking en hielden op hun eigen Franse taal te gebruiken. Het is dus helemaal niet vreemd wanneer de nieuwe chronologie ervan uitgaat dat er lang vóór Ramses III al Filistijnen in de kuststrook in het zuidwesten van Palestina woonden en dat hun materiële cultuur grotendeels Kanaänitisch was. Op dezelfde wijze leefden ook de Israëlieten al enkele eeuwen in Kanaän voordat ze op de Merenptahstèle worden genoemd. Hun aardewerk is dan ook grotendeels niet van het Kanaänitisch aardewerk te onderscheiden.

​

NIEUWE IMMIGRATIEGOLF

​

Is het noodzakelijk aan te nemen dat in de Bijbel de toevloed van Cypro-Grieken naar de Filistijnse kuststrook genoemd wordt? In de nieuwe chronologie moet dit ongeveer in de tijd van Achab en Josafat hebben plaatsgevonden. Blijkbaar noemt de Bijbel deze toestroom niet. Waarom zou Israël zich grote zorgen maken over een militair conflict tussen Egypte en de Filistijnen? Wel wordt ons verteld dat de Filistijnen tijdens de regering van Josafats zoon, Joram, Juda aanvielen en zelfs een rooftocht tegen Jeruzalem ondernamen (2 Kron 21:16-17).

​

In zekere zin past de nieuwe chronologie beter bij het Bijbelverhaal, omdat deze er vanuit gaat dat de Filistijnen reeds in de tijd van Abraham en Isaäc in Kanaän woonden (Gen. 26:1). De Filistijnen hadden verbindingen met Kreta (Kaftor, Jer. 47:4) en misschien met Cyprus.

​

Men kan natuurlijk suggereren dat de Bijbelse auteurs in welke tijd dan ook het begrip 'Filistijnen' heel losjes voor de bewoners van zuidwest Kanaän gebruikten. Zo kan men ook - hoewel dat maar gedeeltelijk opgaat - zeggen dat Julius Caesar de Engelsen versloeg, terwijl de Engelsen (Angelen en Saksen) zich pas 4 eeuwen later in Engeland vestigden.

​

Als de Filistijnen oorspronkelijk uit Kreta afkomstig zijn, zou de naam Filistijnen wel eens van 'Pelasgen' kunnen zijn afgeleid, de naam van de bewoners van zuid-oost Griekenland. De oude Egyptische naam voor de bewoners van Kreta was Keftioe, en dit woord wordt vaak met het bijbelse Kaftor in verbinding gebracht. Helaas is er buiten de Bijbel geen duidelijk bewijs dat de Filistijnen uit Kreta kwamen. Tegen de gangbare opinie is volgens dr. Bimson Kaftor Cyprus. Hij dateert de komst van de Filistijnen in Palestina enkele eeuwen vóór Ramses III, tijdens Laat Brons I.1

​

Ook in die tijd hebben we bewijzen voor een toestroom van nieuw aardewerk uit Cyprus, dat ook bekend is als bichroom aardewerk. Dit is niet identiek aan het latere 'Filistijnse` bichroom aardewerk. Ook vinden we in die tijd nieuwe graftypes, eveneens afkomstig uit Cyprus. Ik ga zelf er vanuit dat de Filistijnen nóg vroeger in Kanaän zijn komen wonen, in de tijd van Abraham.

​

WENAMON IN DOR

​

Archeologisch gezien past de nieuwe chronologie goed bij wat in BGA van december 1999 over de stad Dor vermeld wordt (p. 9-10).2 De Egyptenaar Wenamon bezocht de stad Dor (laag XII) tijdens Ramses XI (in de nieuwe chronologie ca. 800 v. C.). Deze stad werd in die tijd door de Tjeker bestuurd. In de daaropvolgende lagen werd de stad Fenicisch. Lange tijd daarvoor echter, in de 10e eeuw v. C. (nieuwe chronologie: Laat-Brons-periode), stond de stad onder het bestuur van een landvoogd onder koning Salomo. De archeologische en geschiedkundige situatie is geenszins tegenstrijdig met de nieuwe chronologie. Als in BGA over Askelon en Asdod aan het eind van Laat Brons gesproken wordt, gaat de schrijver er vanuit dat de opkomst van het Myceens IIIC:1b aardewerk met de aankomst van de Fili- stijnen te maken heeft en niet met de komst van een nieuwe elite-groep van Cypro-Grieken, die zich in Filistea vestigde.

​

DATERING AANKOMST FILISTIJNEN

​

Een aantal traditionele wetenschappers beseft eveneens dat een alternatieve uitleg mogelijk is. Zo schrijft prof. Drews: "De Egyptische inscripties getuigen niet van een overzeese volksverhuizing in de decaden voor en na 1200 v. C."4. Op het ogenblik discussiëren wetenschappers er heftig over of de Filistijnen wel in de tijd van Ramses III in de kuststrook gingen wonen, of dat ze zich daar pas 50 jaar na hun aanval op Egypte gingen vestigen. Prof. I. Finkelstein van de universiteit in Tel Aviv baseert de laatste stelling op de afwezigheid van IIIC:1b aardewerk in lagen uit de tijd van Ramses III. Finkelstein dateert de vestiging van de Filistijnen in de tijd na de Egyptische overheersing.5 Ook wordt over een latere datering voor die lagen gedebatteerd, die binnen de bestaande chronologie met het Verenigd Koninkrijk in verbinding worden gebracht. Het is nog moeilijk in te schatten welke partij gelijk krijgt inzake de datering van het Filistijnse aardewerk, en welke gevolgen dit zal hebben voor de nieuwe chronologie. In ieder geval is elke herziening welkom die de bestaande datering naar heden opschuift.

​

R.M. Porter

​

​

​

NOTEN

​

1. J.J. Bimson, The Philistines. Their Origin and Chronology Reassessed, JACF IV (1990/91), p. 58-76.

2. J.G. van der Land, Farao's en de Bijbel, Bijbel, Geschiedenis en Archeologie, V, 1998, 4, p. 9-10 over Dor, Askelon en Asdod.

3. L. Stager, The Impact of the Sea Peoples, in: T. Levy, The Archaeology of Society in the Holy Land, London 1995, p. 332-248.

4. R. Drews, The End of the Bronze Age, Princeton 1993, p. 53.

5. I. Finkelstein, The Date of the Settlement of the Philistines in Canaan, Tel Aviv 22, 1995, p. 213-239.

Laatste update: 16  april 2019