DE KONINGIN VAN SEBA / SCHEBA (1 KONINGEN 10)

 

 Inleiding

 

Tijdens de regering van koning Salomo kwam er een koningin uit het zuiden op bezoek, afkomstig uit het land Seba (Statenvertaling: Scheba). Deze gebeurtenis staat opgetekend in 1 Koningen 10:1-13 en 2 Kronieken 9:1-12. Over dit bezoek zijn later veel legenden ontstaan. In de Kebra Nagast (‘de glorie van de koningen’), het Ethiopische nationale heldendicht, wordt de koningin Makeda (Magda, Maqda) genoemd, met de betekenis ‘grootheid’. Daar wordt verteld dat ze in verwachting raakte van Salomo en een zoon kreeg die ze de naam Menelik gaf. Volgens de vertelling ging Menelik later zijn vader in Jeruzalem weer opzoeken en bij die gelegenheid hebben hij en zijn gezelschap de ark uit de tempel gestolen en vervolgens naar Ethiopië gebracht.[1] De koran geeft aan dat koning Sulaiman de koningin van Saba’ op bezoek kreeg (soera 27:20-44). In de Arabische folklore komen nog meer bijzonderheden naar voren. De koningin wordt daar Bilqus of Balkis genoemd en de verhalen gaan over magische tapijten, sprekende vogels en de wonderlijke verplaatsing van haar troon naar het paleis van Salomo.[2] Joodse legenden vertellen eveneens allerlei kleurrijke zaken.[3] Het bezoek van de koningin is blijkbaar een inspiratiebron geweest op allerlei gebied, tot het muziekstuk ‘The arrival of the queen of Sheba’ van G.F. Händel toe! Het verslag in de Bijbel is daarentegen erg sober. De nadruk ligt daar op haar verwondering over de grote wijsheid en rijkdom van Salomo.

 

Op grond van de genoemde legendevorming en de datering van het boek Koningen in de tijd van de Babylonische ballingschap hebben veel geleerden in de afgelopen twee eeuwen aangenomen dat de historiciteit van dit bezoek twijfelachtig is, en dat de auteur slechts om literaire redenen dit gedeelte opgenomen heeft: daardoor komt de wijsheid en macht van Salomo des te beter tot uiting. Recent schreef H. Jagersma nog in zijn bijbelverklaring: ‘Over de precieze tijd van handeling aangaande dit verhaal kan niets met enige grond van zekerheid worden aangegeven’ en ‘De vragen wie deze koningin van Seba was en waar dit Seba lag, vallen niet te beantwoorden’.[4] In het onderstaande zal echter blijken dat er de laatste jaren heel wat bruikbare aanwijzingen gevonden zijn.

 

Het land Seba/Saba

 

Flavius Josephus noemt de koningin die Salomo op komt zoeken, Nikaule. Hij doet dit, omdat hij meent dat zij regeerde over Egypte en Ethiopië (ten zuiden van Egypte).[5] Hij verwijst daarvoor naar Herodotus, die schrijft over 330 farao’s en de enige vrouwelijke farao Nitrocris noemt.[6] Echter, het is onwaarschijnlijk dat Seba in Egypte of Ethiopië lag. De laatste jaren is veel archeologisch materiaal uit zuidwest-Arabië  gepubliceerd. Van de ongeveer 6000 oud-Arabische inscripties zijn de meeste in het dialect van Saba. De andere inscripties zijn van de omringende koninkrijken van Qataban, Hadramaut en Ma’in en de voorafgaande rijken, alle in het zuidwesten van het huidige Arabië. Dit maakt duidelijk dat er een koninkrijk Saba is geweest in het huidige Jemen.[7]

 

In de tijd van Salomo lagen in het noorden van Arabië de koninkrijken van Kedar, Dedan en Lihyan, maar er zijn geen aanwijzingen dat daar ooit een koninkrijk Saba of Seba geweest is. De hoofdstad van Saba bevond zich op de plaats waar tegenwoordig Marib ligt. In Marib zelf is in de periode van 2300 tot 940 v. C. een georganiseerde samenleving teruggevonden, met een sterk ontwikkelde irrigatietechniek.[8] Assyrische teksten in de late 8e en vroege 7e eeuw noemen Itamru en Karibilu als koningen van Saba, behorend tot de Jeminitische opperheersers (mukarribs). Assyrische bronnen vermelden ookarabie17 handelskaravanen van de Sabeeërs in de periode kort na Salomo. Een reis van meer dan duizend kilometer voor handelsexpedities was in die tijd (en zelfs voor vroegere perioden)[9] niet uitzonderlijk, en datzelfde geldt voor militaire expedities.

 

Koningin

 

In een tijd dat er meestal koningen aan de macht waren, is het bezoek van een koningin opvallend. Haar precieze status is echter niet duidelijk. Was ze alleenheerser? Of handelde ze namens haar echtgenoot? De tientallen namen van heersers over Saba die genoemd worden in de gevonden inscripties, behoren alle aan mannen toe. Het is echter goed denkbaar dat ze in opdracht van haar echtgenoot de reis ondernam. Er zijn genoeg voorbeelden bekend van Noord-arabische koninginnen die zulke rollen vervulden. Ook waren er in die eeuwen koninginnen in Noord-Arabië die zelf regeerden. Het laatste voorbeeld daarvan was Te’elkhunu in 691 v. Chr.[10]

 

De reden van haar komst

 

Bij diplomatieke bezoeken is er over het algemeen meer aan de hand dan een bezichtiging van de plaatselijke kunstschatten en het stellen van vragen (raadsels). Gedurende de 9e en 8e eeuw reisden handelskaravanen van Saba in het zuiden naar Assyrië in het noordoosten, en ook naar Kanaän en andere landen rond de Middellandse Zee. Dit moet ook in eerdere eeuwen het geval geweest zijn. Na lange tijd zonder schrift gewerkt te hebben, kwam de schrijfkunst in Saba op in de 13e en 12e eeuw, vermoedelijk onder invloed van de internationale handel.[11] Het is aannemelijk dat de Sabeeërs in de tijd van Salomo hun handelsroutes verder uitbouwden in de richting van de Levant en Mesopotamië.[12]

 

 Net voor, maar ook in de bijbelse beschrijving van het bezoek van de koningin lezen we over koning Chiram (SV: Hiram) van Tyrus en Salomo die scheepsexpedities organiseerden van de Golf van Akaba (vanuit Esjon-Geber) via de Rode Zee naar Ofir, waardoor zij goud, almuggimhout en edelstenen kregen (1 Kon. 9:26-28; 10:11-12).

 

Waar lag Ofir? Vermoedelijk ergens ten westen of ten oosten van de Rode Zee.[13] Ten westen, achter de bergen van de Rode Zee, in het huidige Soedan, lag het land ‘Amau, met ‘het goud van ‘Amau’ van de Egyptenaren. Wanneer Ofir ten oosten van de Rode Zee lag, komen we in westelijk Arabië terecht, in het gebied ten zuiden van Medina. Wanneer Ofir in Soedan gezocht moet worden, zou dat de handel van Saba niet direct beïnvloeden, maar in het andere geval, als Ofir in Arabië lag, zou dat een concurrentie zijn met de landroutes van de Sabeeërs door dit gebied! De koningin bracht veel goud mee. Zouden Chiram en Salomo direct contact gelegd hebben met een van Saba’s goudbronnen? Zouden ze ook op die manier specerijen en andere goederen kunnen krijgen, zonder tussenkomst van de Sabeeërs? Wanneer zulke belangen op het spel stonden, was een handelsdelegatie natuurlijk noodzakelijk. Een dergelijk verband wordt min of meer gesuggereerd door de afwisseling in de opbouw van 1 Koningen 9-10.

 

        a)     9:26-28 vloot naar Ofir

 

        b)     10:1-10 bezoek van de koningin

 

        c)      10:11-12 vloot naar Ofir

 

        d)     10:13 terugtocht van de koningin.

 

 

 

De tweede vermelding van de vloot lijkt het verhaal te onderbreken. Of is dit een bewuste compositie? Beide activiteiten, de scheepvaart en de handelsdelegatie, lijken daarom concurrerend te zijn. Verdergaand op deze gedachte is het mogelijk dat een overeenkomst bereikt is: de schepen vervoerden het zware materiaal: hout en goud, terwijl de kamelen vooral specerijen meedroegen. Wat er ook waar is van deze veronderstelling, de geschiedenis leert ons dat deze scheepvaart na enige tijd beëindigd werd (vgl. 1 Kon. 22:49), terwijl de specerijenhandel meer dan duizend jaar doorgegaan is met behulp van kamelen. De specerijen kwamen uit het zuiden van Arabië, ten oosten van Saba.

 

dr. M.J. Paul

 

 

 

 

NOTEN

 

[1] Vgl. E. Ullendorff, ‘The Queen of Sheba in Ethiopian Tradition’, in J.B. Pritchard (ed.), Solomon and Sheba, London, 1974, p. 104-114. 

Zie verder de websites http://www.isidore-of-seville.com/sheba en http://www.windweaver.com/sheba/Shebahome.htm. 

[2] Vgl. W.M. Watt, ‘The Queen of Sheba in Islamic Tradition’, in J.B. Pritchard (ed.), a.w., p. 85-103.

[3] Vgl. L.H. Silbermann, ‘The Queen of Sheba in Judaic Tradition’, in J.B. Pritchard (ed.), a.w., p. 65-84. Vgl. A. Lemaire, ‘La Reine de Saba à Jérusalem: La tradition ancienne reconsiderée’, in U. Hübner, E.A. Knauf (eds.), Kein Land für sich allein: Studien zum Kulturkontakt in Kanaan (Fs. M. Weippert). OBO 186. Freiburg, Göttingen, 2002, 43-55.

[4] H. Jagersma, 1 Koningen, deel 1. Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel. Kampen, 2004, p. 213-214.

[5] Josephus, Oude Geschiedenis, VIII, vi  (158).

[6] Herodotus, Historiën, II, 100.

[7] In het OT wordt Saba of Seba verbonden met Tema (Job 6:19) en Dedan (Gen. 10:7; 25:3). De Sabeeërs stonden bekend voor hun handel in wierook, goud en edelstenen (Jes. 60:6; Jer. 6:20; Ez. 27:22-23). De Sabeeërs roofden vee van Job (1:15). Dit Saba moet niet verward worden met Saba in Ethiopië, genoemd in Jes. 43:3 en 45:14. 

[8] Vgl. K.A. Kitchen, ‘Sheba and Arabia’ in L.K. Handy (ed.), The Age of Solomon: Scholarship at the Turn of the Millennium, Leiden, 1997, p. 126-153; spec. 129-130.

[9] K.A. Kitchen, On the Reliability of the Old Testament, Grand Rapids, 2003, p. 119-120 noemt voorbeelden uit het 2e en 3e millennium v.Chr. Zie ook Excurs 9, ‘Vreemdelingen’, par. 2, in M.J. Paul, G. v.d. Brink, J.C. Bette (red.), Bijbelcommentaar Jozua – 1 Samuël. Studiebijbel, deel 3. Veenendaal, 2006.

[10] Dergelijke actieve koninginnen komen de volgende 1000 jaar niet meer voor. Dit maakt het aannemelijk dat de geschiedenis van de koningin van Seba ook daadwerkelijk uit de tijd van Salomo (of kort daarna) stamt.

[11] Het is interessant dat in Bet-Semes in Israël een tablet gevonden met letters in het Ugaritische schrift, maar in de volgorde van het oude Zuidarabische alfabet. Vgl. Kitchen, 1997, p. 133.

[12] Ook J.G. van der Land vermoedt dat het bezoek van de koningin te maken heeft met de handel. Zie Van David tot Zedekia,  Amsterdam, 1997, p. 33.

[13] Het is aannemelijk dat de vloot van 1 Kon. 10:22 andere landen bezocht dan Ofir. Die reis duur drie jaar. Bedoeld is waarschijnlijk (naar oosterse tijdsrekening): vertrek aan het eind van eerste jaar, afwezigheid tijdens het tweede jaar en terugkomst in het begin van het derde jaar. Een ostracon (beschreven potscherf) uit vermoedelijk de 8e eeuw v.Chr. vermeldt: ‘Goud van Ofir voor Bet-Choron: 30 sikkels’.

Laatste update: 16  april 2019