Wie was Abraham?

 

Wie was Abraham? In de Bijbel staat dat hij een Hebreeër, de aartsvader, de vader aller gelovigen was. Bovenal is hij degene die zijn vertrouwen stelde op de Here en die luisterde naar Zijn stem. Toch is het niet gemakkelijk om ons een beeld te vormen van Abraham. Was Abraham een nomade of een handelsvorst? Waar kwam hij vandaan en in wat voor tijd leefde hij?

 

De tijd van Abraham

 

Vaak wordt aangenomen dat Abraham omstreeks 2166 v. C. werd geboren. Daarbij baseert men zich op de Hebreeuwse tekst van het O.T.. Zie 1 Kon. 6:1 waar staat dat de Uittocht 480 jaar vóór het vierde jaar van Salomo's regering plaats vond. De Septuagint-vertaling gaat echter uit van 440 jaar. Het zou te veel ruimte vergen om hier uitgebreid op in te gaan. Voor een diepgaande bespreking van de chronologie van het Midden-Oosten verwijs ik naar het boek van drs. J.G. van der Land 'Van Abraham tot David'.1

 

In dat boek wordt een geboortedatum van 1906 v. C. aangehouden en de Exodus wordt gedateerd in 1401 v. C. en de Intocht in Kanaän in 1361 v. C.. Zie ook de nummers februari 1994, september en december 1995 van BGA.

 

De plaats Oer

 

Abraham woonde in Oer der Chaldeeën. Is dit Oer in Zuid-Mesopotamië? Of moeten we denken aan de stad Oera bij Haran? Vooral Cyrus Gordon denkt aan de laatste.2 Reden is dat de stad Oera veelvuldig in de literatuur van Ras Shamra (Oegarit) wordt genoemd. De koning van Oegarit beklaagt zich bij de koning van de Hethieten in Hattoesas over Hethitische kooplieden uit Oera, het huidige Edessa. De Hethitische koning gelastte deze kooplieden alleen in de zomer handel te drijven in Oegarit en de stad in de winter te verlaten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Deel van een stčle van koning Oer-Nammoe 

    van Ur in Zuid-Mesopotamië, ca. 2.000 v. Chr.

 

 

 

 

Zie ook een spijkerschrifttekst van Hattoesilis III: "De kooplieden van de Hethitische koning kwamen uit de stad Oera." Ook in de Ebla-literatuur wordt een Oer genoemd in dit gebied. Deze stad Oera bracht veel kooplieden voort die lange handelsreizen maakten en ook Abraham zou dan een dergelijke handelsreiziger / handelsvorst zijn geweest.

 

De Bijbel lijkt deze keuze voor Oera te ondersteunen. Immers, de knecht van Abraham kreeg opdracht voor Isaäk een vrouw te zoeken in Abrahams land van herkomst. Hij gaat dan naar Nahor, een stad in de buurt van Haran die ook genoemd wordt in de Mari-literatuur. Nahor was een broer van Abraham (Gen. 11:27). Rebekka's broer Laban, woonde in Haran (Gen. 27:43). Bovendien wordt in Jozua 24:2 gesproken van de "overzijde der Rivier" (de Eufraat) waar de vaderen van het volk Israël hebben gewoond. Wie de kaart bekijkt, ziet dat de grote stad Oer, opgegraven door Woolley, niet aan de overzijde van de Eufraat lag. Van die andere stad Oer kan dat wel worden gezegd. Zo te zien is er veel voor te zeggen om de woonplaats van Abraham, Oer, in de buurt van de stad Haran te situeren. Immers, volgens Xenophon woonden er ook in die streek Chaldeeën en ook op Ebla-kleitabletten wordt een plaats Oer genoemd gelegen in de streek van Haran.

 

De Septuagint echter laat in Genesis 11:29 en 31 de benaming 'Oer' helemaal weg en spreekt slechts van "de streek van de Chaldeeën". Is dit vanwege de verlegenheid die men toen al had met Oer?3 Vreemd is dat Abraham om in Haran te komen, moest wegtrekken uit (ek) de streek van de Chaldeeën. Dit lijkt erop te wijzen dat het gebied rondom Haran niet tot de streek van de Chaldeeën mag worden gerekend en dus ook niet de stad Oera, want die ligt niet ver van Haran. Zie Handelingen 7:3 en 4 waar Stefanus de Septuagint citeert en de stad Oer dus niet noemt en waar Haran duidelijk wordt onderscheiden van Abrahams vroegere woongebied, Mesopotamië.

 

Ook dit is vreemd, want Haran ligt toch echt tussen de Eufraat en de Tigris aan de zijrivier de Balik, dus in Mesopotamië. De benaming "Oer der Chaldeeën" komt pas in de 10e eeuw v. C. in gebruik en, voor zover bekend, wordt hiermee uitsluitend het grote Oer in Zuid-Mesopotamië aangeduid. Zie ook Ezechiël 1:3: het genoemde "land der Chaldeeën" is hier ongetwijfeld Zuid-Mesopotamië, dichtbij de stad Nippoer. De Septuagint is onduidelijk, maar de Hebreeuwse tekst lijkt te wijzen op het Noord-Mesopotamische Oer.

 

Wat betreft de Chaldeeën: Flavius Josephus ziet Arpachsad als hun voorvader (Genesis 10:23). Het Hebreeuwse kasjdiem komt in het enkelvoud overeen met de laatste drie letters (k-s-d) van het woord 'Arpachsad'. Er is een sterke overeenkomst met het Akkadische arba-kisadi: vier (wind)richtingen, het land van de vier hemelsferen en dat is Babylonië. Deze Chaldeeën waren Semieten (Genesis 10:22).

 

Mogelijk is er een groep geweest die naar het zuiden en één die naar het noorden trok. De laatsten zijn dan de Chaldeeën waar Xenophon, Herodotus en Flavius Josephus van spreken. Noemenswaard is het dat er een duidelijke relatie was tussen het ver weg gelegen Zuid-Mesopotamische Oer en het veel noordelijker gelegen Haran. Dat bleek uit de opvallende overeenkomst in ontwerp en bouw van beide steden en in de gezamenlijke verering van de God Nannar/Sin.

 

De Hebreër Abram (Genesis 14:13)

 

De naam Abram komt in buiten-bijbelse bronnen voor (bijvoorbeeld in het kleitablettenarchief van Ebla). Dit is niet verwonderlijk. Het was een algemeen bekende naam. Zie ook de namen Peleg, Serug en Nahor die als stedennamen in de Mari-tabletten voorkomen. Abraham wordt niet een Chaldeeër, maar een Hebreeër genoemd, een zogenaamde Ibri. De precieze betekenis van deze term is niet duidelijk. Duidt het op afstamming van een persoon, op afkomst uit een ander gebied aan de overzijde van de Eufraat of op een band met een stad? Abraham stamt af van Sem, Arpachsad, Selah en Heber (Gen. 11:10-17). De Hebreeën zouden genoemd kunnen zijn naar hun voorvader Heber en daarom is het mogelijk dat Abraham in Genesis 14:13 vernoemd is naar deze voorvader.

 

De betekenis van het woord 'Eber' is: iemand die een rivier of weg oversteekt of door een land trekt. De Septuagint geeft voor 'Eber' normaal 'Ebraion', maar hier in Genesis 14:13: 'Abram to peratè' en dat is een letterlijke vertaling van Ibri (peran: de overkant). Abraham is hier dus de man van de overkant van de rivier de Eufraat, aldus de vertalers van de Septuagint. Zie ook Genesis 50:10 en Jozua 24:2, 3 en 24 waar staat 'eber': overzijde van respectievelijk de Jordaan en de Eufraat.

Nippoer

 

Mogelijk was Abraham toch wel een stadsmens, een echte Soemeriër4 en duidt de benaming Ibri op een stadsafkomst. Het bijbelse achtervoegsel 'i' kan op een persoon worden toegepast en betekent dan 'inwoner/nakomeling van', zoals ook in de Duitse en Nederlandse taal met het achtervoegsel 'ing'. Een Gileadi is dus een bewoner van de streek Gilead. Ibri zou taalkundig/etymologisch dus kunnen duiden op een inwoner van een streek of plaats met de naam "oversteken/oversteekplaats." Er is een stad in Soemerië met precies die naam: Nippur (Ni.Ib.Ru). Dat de 'n' wegviel bij de vertaling van Soemerisch naar Akkadisch/Hebreeuws is niet vreemd, want dat kwam vaak voor. Ni-ib-ri, een inwoner van Nippur. Algemeen wordt aangenomen dat Oer Abrahams woon- én geboorteplaats is, maar nergens in de Bijbel wordt dat vermeld. Abraham wordt door God opgeroepen zijn land (de streek van Haran), het huis van zijn vader Terach en zijn verwanten te verlaten. Oer was de woonplaats, maar was het ook zijn geboorteplaats?

 

Nippoer was een heilige stad, het religieuze centrum van Soemerië. Het was een stad van astronomen/priesters. Een Soemerische tekst zegt van deze stad: "De stad der aarde, de verhevene, uw schone plaats waar het water zoet is. U grondvestte de Dur-An-Ki in het midden van de vier hoeken van de wereld." De Doer-An-Ki was, letterlijk vertaald, een "verbinding-hemel-aarde", een heiligdom waar de God Enlil autoriteit had.5

 

Opvallend is dat in Nippur heel wat namen gevonden zijn met het voorvoegsel Ab (vader) en dat waren vaak belangrijke mensen zoals priesters (vaak zonen van koningen) en bestuurders. De aanhaling van Berossos door Flavius Josephus is veelzeggend: "Berossos bedoelt onze vader Abraham zonder hem te noemen, wanneer hij zegt: "In de tiende generatie na de vloed was er onder de Chaldeeën een man rechtvaardig en groot, en bekwaam in de hemelse wetenschap." Flavius Josephus haalt ook nog Nicolaus van Damascus aan: "Abraham regeerde in Damascus, terwijl hij een vreemdeling was, die met een leger uit het land ten noorden van Babylon kwam, dat het land der Chaldeeën genoemd wordt."6

 

Hier kan een verbinding liggen met de afstamming van Heber, want vaak heet een stad naar de beroemde stamvader: bijvoorbeeld Arpachsad en zie ook de namen Nahor en Haran. Nippoer zou dan genoemd kunnen zijn naar Heber en deze laatste naam is dan de Hebreeuwse versie.

 

Later werd Abraham van een Soemeriër een westelijke Semiet door de besnijdenis (Gen. 17) en onder het verbond dat God met hem sloot. Ook werd zijn naam anders. Eerst heette hij Ab.Ram (Ib.ru.um = Vaders geliefde), later Abraham, een West-Semitische naam. Ook Sara (koningin) onderging een naamsverandering: Sarai. Deze naam Sara doet koninklijke afkomst veronderstellen en is meer een titel dan een eigennaam. De dochter van Abrahams broer Haran had ook een koninklijke titel: Milka (vorstin). In het Akkadisch: Sarratoe en Malkatoe. Dergelijke namen vinden we ook in de bekende cultus van de maangod Sin die schutsgod was van Oer in Zuid-Mesopotamië en van Haran in Noord-Mesopotamië. Sarratoe was namelijk de vrouw van Sin en Malkatoe was een titel van de dochter van Sin, de godin Isjtar/Inanna/Astarte. Van dergelijke goden vinden we in het boek Genesis geen enkel spoor terug.

 

De vraag mag gesteld worden: was Abraham een man die buiten de stad leefde, een nomade, een schapenfokker, een ambachtsman die zich verder nog bekwaamde in vormen van leerbewerking of had hij meer van een hooggeplaatst bestuurder met militaire bevoegdheden afkomstig uit een stad? Het is inderdaad zo dat Abraham schapen, runderen, ezels, slaven, slavinnen, ezelinnen en kamelen bezat en ook ontving (Gen. 12:16), maar niet noodzakelijk omdat hij een nomade was, maar omdat hij een aanzienlijk iemand was die op steun kon rekenen in vele handelscentra. Deze steun had hij ook nodig voor levensonderhoud en voor de strijd tegen de koningen van het oosten.

 

Genesis 14:1 en 2

 

In Genesis 14 maakt de Bijbel melding van een oorlog tussen een groep van vier en een groep van vijf koningen. De eerste groep vormden een alliantie van oosterse koningen en de laatstgenoemde groep bestond uit Kanaänitische koningen. Deze geschiedenis heeft onder de geleerden heel wat debat veroorzaakt, want het verbindt de geschiedenis van de bijbelse Abraham met een specifieke internationale gebeurtenis. Men heeft zich de vraag gesteld waarom de namen van deze oosterse koningen niet zijn gevonden in de literatuur van Mesopotamië. De volgende vraag is dan: kunnen we deze geschiedenis wel als historisch beschouwen en hoe historisch is dan de rest van het verhaal van Abraham?

 

De drie koningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1897 hield Theophilus Pinches in London in 1897 een lezing waarin hij de ontdekking meldde van Babylonische kleitabletten waarop de namen van drie koningen stonden geschreven. Deze tabletten liggen nu in het British Museum en behoren tot de zogenaamde Spartoli Collectie. De tekst ervan is gepubliceerd in 'Journal of the Transactions of the Victoria Institute'.

 

De volgende namen worden genoemd: Koedoer-Laghamar, koning van Elam, Eri-Akoe en Toed-Ghoela. Deze namen zijn duidelijk te herkennen in de namen die genoemd worden in Genesis 14:1 en 2. De tabletten beschrijven een oorlog van grote omvang.

 

Wat betreft de namen: Koedoer betekent 'dienaar' en deze titel is een veelvuldig voorkomende component in Elamitische koningsnamen. Eri-Akoe betekent 'dienaar van Akoe'. De naam Akoe is een variant van de godsnaam Nannar/Sin. De betekenis van Toed-Ghoela is onbekend, maar we weten wel dat meerdere Hethitische koningen Toedhalias heetten. Deze Tidal is koning van de volken (Go'im), dat wil zeggen van een leger dat uit meerdere nationaliteiten bestond, een internationale troepenmacht dus.

 

Kunnen we de koningen van het oosten nu opsporen in de buiten-bijbelse geschiedschrijving? Er is inderdaad een mogelijkheid. Als we Genesis 14:1 in de Septuagint lezen, dan wordt Amrafel Amarfal (amarfal) genoemd. Het toevoegsel -pal ( de -p en -f klanken zijn vaak identiek in Semitische talen) betekent 'zoon' en was algemeen bekend in Mesopotamië. Het werd vaak gebruikt in koninklijke namen.

 

Amarpal was de koning van Sinear/Babylonië. Zijn naam doet denken aan de grote koning van Oer tijdens de 3e dynastie, Amar-Sin, maar in de 19e eeuw v. C. was Oer al gevallen door Elamitische agressie. Wie deze Amarpal is, weten we niet. Mogelijk ene Amoed-pi-el die wordt genoemd in de tabletten van Mari en een machtige koning was in Babylon in de eeuw vóór Hammoerabi.7

 

In die tijd, omstreeks de 19e eeuw v. C., was de grote stad Oer gevallen en waren de steden Isin en Larsa machtig. Kedorlaomer koos de zuidelijke opmarsroute van Mesopotamië naar Kanaän door Gilead en Moab (ontdekt in 1929 door Albright) en kwam in het gebied van de Dode Zee. Hij kwam tot El-Paran waarvan de ligging niet precies bekend is, maar dat in de Sinaï-woestijn gezocht moet worden.

 

Om de één of andere reden keerde het leger weer om in noordelijke richting en teisterde het gebied van de Amalekieten en de Amorieten bij Kades-Barnea. Toen kwamen de Kanaänitische koningen in actie en rukten op naar Kedorlaomer en ze troffen elkaar in het dal Siddim, het gebied ten zuiden van de huidige Dode Zee.

 

De strijd met deze Kanaänitische koningen was dus een latere fase in de gehele oorlog en niet het hoofddoel. Waarschijnlijk was dat hoofddoel El-Paran dat met de versterkte oase Nakhl geïdentificeerd kan worden, dichtbij een belangrijk knooppunt van verschillende routes, midden in de Sinaï. Wat dit grote expeditieleger daar helemaal moest zoeken in de verlaten en droge woestijn om daarna weer terug te keren, is een raadsel. Zochten ze strijd met de Egyptenaren?8

 

De Kedorlaomer-tekst

 

De expeditie van de koningen van het oosten staat vermeld in de Kedorlaomer-tekst behorend tot de Spartoli-collectie. De namen vermeld op deze tabletten lijken veel op de bijbelse namen, maar ook wordt dezelfde tijdseenheid van dertien jaar genoemd: de tijd dat de vijf koningen trouw waren geweest aan het verbond met Kedorlaomer.

 

In deze tekst wordt allereerst de inname van Babylon genoemd. Koedoer-Laghamar, de Elamiet, krijgt van de goden opdracht om Babylon, de stad van de vijandige god Mardoek, in te nemen en te plunderen. Toen werd er actie ondernomen tegen de god Naboe, de zoon van Mardoek die streed voor zijn vader. Deze Naboe (of Nebo) had een alliantie tussen een koning en de God van Oer, Nannar/Sin, verbroken. Dit gebeurde in het 13e jaar. In het nu volgende citaat wordt de kwestie van de opstand in Kanaän op religieuze wijze bekeken vanuit het oogpunt van een Babylonische schrijver die de God Mardoek vereert:

 

"Voor de goden (verscheen) de zoon van zijn vader;

 

Op die dag (zei) Shamash, de schitterende,

 

tegen de heer van de goden, Mardoek:

 

"De trouw van zijn hart is (door de koning) verraden.

 

In het dertiende jaar heeft hij een samenzwering tegen mijn vader georganiseerd; de koning heeft het vertrouwen opgezegd.

 

Dit alles heeft Naboe veroorzaakt."

 

Naboe had dus rebellie ontketend. Men stelde een coalitie samen om deze opstand en ontrouw aan het verbond te bestraffen. Koedoer-Laghamar was de leider. De eerste order was dat Borsippa, het garnizoen van Naboe, zou worden vernietigd en dat gebeurde ook. Daarna werd ten strijde getrokken tegen de rebellerende koningen in Kanaän. De Babylonische tekst noemt de doelen en de namen van de aanvallers: Eri-Akoe zou Sheboe (Beer-Sheba) aanvallen; Toed-Ghoela moest naar het Gaza-gebied trekken. Het leger kwam aan in het Transjordaanse gebied. Vanuit het noorden trokken de troepen naar het zuiden. Rabattoem (Rabbath-Ammon, de hoofdstad van de Ammonieten) wordt als doel genoemd. Daarna trok het leger naar het zuiden, om de Dode Zee heen. Vervolgens werd Kades-Barnea ingenomen. Vervolgens Gaza en Beer-Sheba in de Negev.

 

Met slechts 318 man (hier chanikim genoemd, een Egyptische benaming voor bewapende knechten van een Palestijns machthebber) wist Abraham deze grote legermacht te verslaan. Dat is niet onmogelijk, want ongetwijfeld richtte Abraham zijn aanval op de achterhoede waar de buit en de gevangenen werden meegevoerd. Verder was het een nachtelijke aanval bij verrassing en de vijand zou het aantal aanvallers gemakkelijk overschatten, want Abraham had zijn 318 man verdeeld in groepen zodat het leek alsof er een grote legermacht tot de aanval overging. Denk aan Gideon (Richt. 7:16-25). Verder moeten we niet vergeten dat Abraham ook bondgenoten had: Eskol, Aner, Mamre met hun knechten. Er worden geen aantallen genoemd, maar waarschijnlijk vormden deze bondgenoten geen onbelangrijke versterking!9

 

Abraham, de ongrijpbare aartsvader?

 

Zo wordt Abraham genoemd in het boek 'Mesopotamië: de Machtige Vorsten' (Time-Life, p. 31). Daarin wordt gesteld dat men het oneens is over waar en wanneer Abraham heeft geleefd, maar ook over de vraag òf hij wel heeft geleefd. Toch kunnen we stellen dat Abraham in de Bijbel als voluit historisch tot ons komt en ook al blijven er vragen bestaan, hij past in de tijd van de 19e eeuw v. C. en ongrijpbaar is hij zeker niet.

 

drs. H. van Winkelhoff

 

 

 

 

 

 

NOTEN

​

1.  J.G. van der Land, Van Abraham tot David. De oudste geschiedenis van het volk Israël, Amsterdam 1993.

2.  C.H. Gordon, Abraham and the merchants of Oera, JNES 17, 1958, p. 28-31.

3.  C. Westermann, Genesis 2, BKAT, Neukirchen 1981, p. 160-163.

4.  A. Jeremias, The Old Testament in the light of the Ancient Near East, 1911.

5.  J.B. Pritchard, de Mythe van Zu, ANET, Princeton 1969, p. 18.

6.  Flavius Josephus, Joodse Oudheden, boek I, hoofdstuk VII.

7.  D.J. Wiseman, Hammurabi, Pictorial Encyclopedia on the Bible, vol. III, Grand Rapids, p. 26.

8.  W.F. Albright, Yahweh and the Gods of Canaan, New York 1968, p. 69.

9.  H.F. Vos, Genesis and archaeology, Grand Rapids 1985, p. 61.

Laatste update: 16  april 2019